Hoe het allemaal begon

“Ga je mee snaren kopen?” Mijn vader, sologitarist en leadzanger van de langstbestaande rock ’n rollband van de Achterhoek, nam me mee naar de muziekwinkel.

Daar, op ooghoogte, hing een rij ukelele’s. Vrolijk gekleurd, verleidelijk glimmend en precies mijn maat.

Ik was vijf.

“Als je belooft dat je één liedje leert spelen, koop ik er een voor je”, was de voorwaarde van mijn vader.

Deal.

Na weken van pijnlijk opgevouwen vingers, huilbuien, driftaanvallen en vooral koppig volhouden was het resultaat een Fries wiegeliedje.

Echter, waar één Fries wiegeliedje over de dam is volgen er meer.

Op mijn zesde trad ik voor het eerst op, tijdens de maandsluiting op mijn basisschool. Het applaus maakte de blaren de moeite waard.

 

Jarenlang heb ik mezelf begeleid op mijn gitaar. Mijn repertoire bestond voornamelijk uit nummers van Melanie, Sinéad o’Connor, Joan Baez, Jefferson Airplane, Janis Joplin, Janis Ian en andere artiesten uit dezelfde ‘sfeer’.

Ik trad op in café’s, zalen, theaters, festivals door een aanzienlijk deel van het land.

Ook speelde ik als straatmuzikant waar het maar kon.

In mijn herinnering liep ik standaard met mijn gitaar op mijn rug en was er nagenoeg niets voor nodig om in optreden uit te barsten.

Het kan overigens zijn dat dit beeld ietwat vertekend is.

 

Doordat ik geen gelegenheid onbenut liet om mijzelf te laten horen, werd ik met enige regelmaat gevraagd om bij bands aan te sluiten.

Rockbands, welteverstaan.

Dat deed ik vol overgave, al ben ik geen rockzangeres.

Als ik al een podiumbeest zou zijn, dan ben ik het best te vergelijken met een dressuurpaard: imposant, goed getraind, zorgvuldig getoiletteerd en altijd afhankelijk van vervoer.

 

De ontdekking dat ik geen gitaar meer kon spelen en het gevoel dat ik mijn ‘hippie-repertoire’ ontgroeid was kwamen tegelijk.

Gelukkig.

Mijn gitaar ging met vervroegd pensioen en ik zat zonder muziek.

Mijn man, zelf jarenlang beroepsmuzikant geweest, nam mijn schroom en twijfel over het gebruik van orkestbanden weg.

“Nu kun je doen wat je altijd al wilde, misschien volgen de muzikanten dan vanzelf”, redeneerde hij.

Doorgaans heb ik liever zelf gelijk, maar dit bleek een oplossing die barstte van de mogelijkheden.

 

Muziek is de lange, vaak in de knoop geraakte, op sommige plaatsen gerafelde rode draad in mijn leven. Daar ben ik zeker niet uniek in.

Daarom treed ik op.

Een moment van rust in het drukke getouwtrek van het leven.

Graag deel ik die momenten met u.